Galerie Desimpele

Het werk en leven van Joseph Desimpel (1927-2017)
  • Geboren te Roeselare op 18 februari 1927
  • Studeerde aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten en het Nationaal Hoger Instituut voor Schone Kunsten in Antwerpen van 1945 tot 1954
  • Actief kunstschilder en tekenaar van 1954 tot omstreeks 1988
  • Was o.a. leraar aan de Stedelijke Academie voor Schone Kunsten in Roeselare
  • Samenwonend / gehuwd met Marcella Agnes Decreus van 1945 tot zijn overlijden
  • Overleden te Torhout op 22 mei 2017

Schilderijen

Hieronder de schilderijen van Joseph Desimpel die wij in ons bezit hebben (klikken opent een grote foto):

Hieronder een aantal schilderijen die wij niet in ons bezit hebben maar waar wij wel een foto van hebben:

Wie weet heeft van de locatie van een of meer van deze schilderijen, of van andere schilderijen van "desimpele" (Joseph Desimpel), wordt vriendelijk verzocht contact op te nemen met ons op het e-mailadres jdesimpele@gmail.com


Tekeningen

Hieronder een aantal tekeningen van Joseph Desimpel die in het bezit van zijn familie zijn:

Dit is een reeks tekeningen van kort na de geboorte van zijn eerste kleinzoon:

Hieronder een aantal tekeningen voor boeken van De Rode Ridder (originelen niet in ons bezit):

Hieronder enkele foto's van tekeningen die wij niet in ons bezit hebben:

Wie weet heeft van de locatie van een of meer van deze tekeningen, of van andere tekeningen van "desimpele" (Joseph Desimpel), wordt vriendelijk verzocht contact op te nemen met ons op het e-mailadres jdesimpele@gmail.com


Levensverhaal

Joseph Desimpel werd geboren te Roeselare op 18-02-1927. Zijn vader, Emiel Desimpel, was dakwerker. Zijn moeder, Bertha Gevaert was in haar jeugd een succesvol turnster maar daarna fabrieksarbeidster en na enkele jaren huisvrouw. Joseph was hun oudste kind en enige zoon, maar hij had drie zussen: Zenobie (die op 15-jarige leeftijd gestorven is aan tbc), Maria (overleden in 2016) en Margareta (nog in leven).

Tijdens zijn kleuterjaren ging zijn moeder nog uit werken en werd de zorg voor "Sefke" grotendeels uitbesteed aan een weeshuis (daarover hebben we alleen horrorverhalen gehoord) en deels aan zijn in Aalst wonende grootmoeder (daar verbleef hij graag). Tijdens zijn lagere-schooltijd leefde hij vooral op straat samen met andere kinderen, en over die tijd hebben we verhalen gehoord over kattenkwaad en gevechtsspelletjes. Op school was hij een zeer goede leerling, maar de onderwijzers hoorden van zijn ouders alleen maar dat hij niet zou studeren en net als zijn vader zou gaan werken; hij was dus de geknipte persoon om bij de Winterhulp soep te gaan halen tijdens de lesuren. Na zijn schooltijd begon een zeer hard leven van werk aanvaarden waar de gelegenheid zich voordeed (vaak in de bouwsector, maar ook enkele helse weken in een ast in Noord-Frankrijk). De oorlog maakte de zaken natuurlijk alleen maar moeilijker, maar zijn ervaring als straatkind hielp hem te overleven, gedeeltelijk op voedsel dat eigenlijk voor de Duitse soldaten bedoeld was. Maar hij werd gedreven door het verlangen artiest te worden, en tegen alle druk van zijn omgeving in profileerde hij zich meer en meer als artiest (met baard) en nam hij ook de tijd om lessen te volgen aan de stedelijke academie in Roeselare. Daar leerde hij zijn levensgezellin Marcella Agnes Decreus kennen, een grote liefhebster van kunst en van dieren, waarmee hij 72 jaar zou samenwonen.

Na de tweede wereldoorlog, toen hij 18 jaar was, trok hij met haar naar Antwerpen om er 10 jaar lang samen te gaan studeren aan de Koninklijke Academie en het Nationaal Hoger Instituut voor Schone Kunsten. Hij kreeg geen studiebeurs omdat zijn ouders zich tegen zijn studies verzetten; zij vonden dat hij moest helpen de kost verdienen voor hun gezin. Maar ook in die tijd slaagde hij er met allerhande karweien in om (zij het op bescheiden manier) in het levensonderhoud van het artiestenkoppel te voorzien. Het ging dan niet alleen meer om werkjes als klusjesman, maar ook om artistieke werkjes. Zo tekende hij de illustraties in twee boeken van De Rode Ridder. Het koppel werd tamelijk vriend aan huis in verschillende gezinnen uit de kunstminnende gegoede burgerij. In die periode moest hij in Gent zijn militaire dienstplicht vervullen, en die verliep legendarisch. Op de eerste dag vroeg hij zijn overste om verder naar de academie in Antwerpen te mogen gaan, en als test kreeg hij opdracht enkele van de aanwezige officieren te tekenen. Na het zien van het resultaat zei zijn overste: "Desimpel, gij gaat hier niet veel moeten schieten" en Joseph mocht zijn look van artiest behouden en mocht vooral elke dag met de trein voor een paar uur naar de academie in Antwerpen. De rest van de tijd was vooral gevuld met het maken van tekeningen en schilderijtjes voor al wie daar een rang had.

Van de nu 95-jarige Marcella Decreus zijn voor zover wij weten slechts twee schilderijen bewaard (beide in bezit van de familie, maar in eerder slechte staat):

Gezien zijn 10 jaar Academie en Hoger Instituut en vooral de kwaliteit van zijn werk lag het in de lijn van de verwachtingen dat aan Joseph een "Meesterschapsbeurs" zou toegekend worden, wat inhield dat hij permanent een basisinkomen zou krijgen in ruil voor één kunstwerk per maand dat dan in een overheidsgebouw zou terechtkomen. Deze beurs werd hem echter door de jury geweigerd met als motivering dat hij "opstandig" was. Naar zijn zeggen was de reden hiervoor dat hij (na het enige tijd wel gedaan te hebben) weigerde nog brieven van een vooraanstaande professor aan diens maitresse te bezorgen. Hij kende namelijk ook de vrouw van die professor, omdat hij er karweien voor uitvoerde, en hij had het gevoel haar mee te bedriegen en kon daar niet mee leven. In juni 1954 werd zijn dochter Helena ("Leentje") geboren, en in december ging hij in de toen Oostvlaamse gemeente Orroir op de Kluisberg wonen. Hij kon daar in de Vossenweg voor geen geld een gewezen boswachtershuis huren dat na de oorlog zwaar beschadigd was door woedende burgers omdat de toenmalige eigenaar als een collaborateur beschouwd werd. Het gezin zou daar bijna 10 jaar wonen in zeer oncomfortabele omstandigheden (bv. alle water halen een steil pad plus 40 trappen lager, want de pomp was vernield). Ook de dagelijkse verplaatsing naar Roeselare of Izegem (met de trein) maakte het leven zwaar. Het huis en de onmiddellijke en ruime omgeving komen voor op veel van zijn schilderijen. Bij de vastlegging van de taalgrens in 1963 werd Orroir overgeheveld naar Henegouwen en werd de straat Chemin du Renard (het huis bestaat nog steeds, nr 24, maar het balkon is weg).

Het is dank zij zijn reputatie van vakbekwaamheid in Antwerpen (en specifiek dank zijn de aanbeveling door inspecteur kunstonderwijs Theo Van Looij) dat "Jos" Desimpel in 1955 een functie als leraar aangeboden werd aan de Stedelijke Academie voor Schone Kunsten in Roeselare. Gedurende een aantal jaren kwam daar een leeropdracht aan Vrij Technisch Instituut te Izegem bij. Hiermee kwam een einde aan de tot dan toe eeuwige financiële zorgen. In 1964 verhuisde het gezin naar een huurwoning in de Begoniastraat in Roeselare om drie jaar later een eigen nieuwbouwwoning te betrekken in de naburige Hortensiastraat. Sindsdien is Joseph altijd te voet naar de academie gegaan. In "de vakschool" in Izegem, waar hij zijn leerlingen schoenen leerde ontwerpen, liet hij zich opmerken door de stelling te blijven verdedigen dat de plaatselijke schoennijverheid niet zou overleven door goedkoper te produceren dan de lageloonlanden die hun markten inpikten, maar dat zij resoluut moesten kiezen voor het maken van duurdere schoenen van topkwaliteit, en dat de school het daarvoor nodige doorgedreven vakmanschap moest bijbrengen. Daarnaast werkte hij ook mee aan het ontwerpen van de collecties van de schoenbedrijven en van het toenmalige Schoenmuseum.

In de academie gaf hij niet alleen les in tekenen, schilderen en monumentale kunst, maar deed hij ook zijn uiterste best om zijn leerlingen een gedegen kennis van de gebruikte materialen bij te brengen, en op zijn team werd vaak een beroep gedaan om schilderijen te restaureren. Op 24 juni 1966 kwam hij even in de publieke belangstelling door een artikel van journalist Guido Kindt in de Standaard, gebaseerd op een interview waarin Joseph zware kritiek uitte op het gebrek aan materialenkennis van veel kunstschilders van die tijd en op de rol van het kunstonderwijs hierin. De journalist deed hierbij zijn best om Joseph als een zonderling af te schilderen. Maar de tijdelijke aandacht had tot gevolg dat Joseph in augustus 1966 gecontacteerd werd door het ministerie van Nederlandse Cultuur met het oog op een bezoek van de minister aan zijn atelier, vergezeld door leden van de commissie die voor de overheid kunstwerken aankocht. Dat bezoek ging door op 30 augustus 1966. De minister zocht vooral één schilderij dat gemakkelijk onder de arm mee te nemen was en zijn oog viel op een doek van 65 op 49 cm met koeien in een weide. Er werd duidelijk te verstaan gegeven dat de aankoop van werken door de staat zou vergemakkelijkt worden door dat ene schilderij te schenken. Joseph was best bereid een schilderij te schenken, maar niet zonder enige vorm van verbintenis vanwege de andere partij, en de minister en zijn gevolg zijn vertrokken zonder geschenk, en de aankoopcommissie besloot achteraf niets van hem te kopen. (Dit verhaal werd ons bevestigd door een nog levende vriend-kunstenaar die daar toen op uitnodiging van Joseph ook aanwezig was.) Joseph heeft tot zijn oude dag verteld over de spannende tijd toen hij met beperkte middelen al de wagens moest ontwerpen voor de Rodenbachstoet in Roeselare in 1956, met o.m. een draak die allerhande bewegingen moest kunnen maken. Hij heeft er wekenlang dag en nacht voor gewerkt, maar uiteindelijk is alles goed verlopen.

In 1977 studeerde zijn dochter Leen af als arts (toen nog "geneesheer") en in de volgende jaren specialiseerde zij tot kinderarts. In die jaren vertoefden Joseph en Marcella af en toe op Leen's flat in Gent en wandelden zij dan in het nabijgelegen Citadelpark. In 1984 huwde Leen met Stefaan Vandendriessche, wetenschappelijk ambtenaar bij de Europese Commissie. Het koppel woonde enkele maanden in bij het gezin Desimpel, om zich in 1985 in Torhout te vestigen, waar Leen van 1985 tot 2017 kinderarts was in het toenmalige St-Rembertziekenhuis (thans AZ Delta). Zij hebben twee zonen, Peter (geboren in 1986 en thans onderzoeker wiskunde-informatica) en Maarten (geboren in 1990 en thans spoedarts in opleiding). Bij de geboorte van de eerste volgde bij Joseph nog een golf van artistieke productiviteit, maar enkele jaren later ging het fysiek al wat moeilijker. In 1994 gingen beide gezinnen samen in een ruime nieuwbouwwoning wonen in de Boudewijn Hapkenstraat in Torhout. Joseph (daar vooral gekend als "peepee") woonde daar tot zijn overlijden in 2017, en heeft eigenlijk nooit meer echt gebruik kunnen maken van het mooie atelier dat daar voor hem voorzien was.

Joseph heeft slechts éénmaal werk tentoongesteld, in zijn beginperiode. Hij kreeg daarna een forfaitaire belastingaanslag terwijl hij helemaal niets verkocht had, en het koppel heeft armoede geleden om deze "schuld" af te betalen (het kwam niet bij hem op de aanslag te betwisten, hij had trouwens toch geen geld voor een advocaat). Deze ervaring heeft zeker bijgedragen tot zijn afkeer voor "de staat" en "de belastingen", die eigenlijk niet echt paste bij zijn rebels-linkse politieke overtuiging. Daarom heeft hij enkel "in het zwart" schilderijen verkocht en heeft hij nooit zelfs maar een lijst van schilderijen of kopers willen bijhouden. Wij doen dan ook een beroep op de bezoekers van deze website om contact met ons op te nemen mochten zij de locatie of het lot kennen van schilderijen en tekeningen waar wij geen spoor van hebben; e-mailadres: jdesimpele@gmail.com

(Deze website en mailbox worden beheerd door Helena Desimpel en Stefaan Vandendriessche, dochter en schoonzoon van Joseph Desimpel.)